![]() |
| Home|Over Noorwegen|Media|Contact |
|
Het klimaatHet Noorse klimaat wordt gekenmerkt door uitersten. Daarmee wordt niet bedoeld dat er grote verschillen in temperatuur optreden. Het spreekt haast vanzelf dat extreme warmte hier niet voorkomt, maar ook uiterst lage temperaturen zijn vrij zeldzaam. Ondanks de hoge breedtegraad waarop Noorwegen ligt, is algemeen bekend dat dit ´s winters geen land is van louter bittere koude, zoals streken die op dezelfde breedtegraad liggen. De temperaturen kunnen in de zomer wel oplopen tot 25º-30ºC, zelfs in Noord-Noorwegen.In de winter blijven de havens ijsvrij. Hiervoor verantwoordelijk is de warme Golfstroom, die verwarmt zeewater naar de Noorse kust transporteert. Op de Noordkaap gaat de zon tussen 12 mei en 30 juni niet onder!
De westelijke kuststrook kent een warm, gematigd regenklimaat. Warm en gematigd door de Golfstroom, regenrijk door de ligging: een grote watervlakte aan de westkant (de windrichting is voornamelijk zuidwest), hoge bergen in het oosten. Dat levert ieder jaar een forse hoeveelheid neerslag op. Bergen vangt gemiddeld in een jaar maar liefst 1930 mm. regen, ruim 2,5 maal zoveel als De Bilt, en is daarmee de natste plaats op zeeniveau van het Europese vasteland. Het winterseizoen levert meer neerslag op dan de zomer. In de winter kan het in Bergen en Stavanger regenen, terwijl het in ons land vriest. ![]() Achter de bergen (Jotunheimen, Trolheimen, Rogalandsheiene, Voss-Mjølfjellmassief) heerst een boreaal vochtig klimaat. De verschillen in temperatuur en neerslag (500 mm) zijn hier ´s zomers en ´s winters wat groter. Sommige dalen in Centraal-Noorwegen liggen zo beschut - want ook in het oosten worden zij door bergruggen beschermd - dat de temperaturen in de zomermaanden flink kunnen oplopen. Her record werd gevestigd in het Numedal met een temperatuur van even boven de 35 graden Celsius. Om diezelfde reden vindt u in dit gebied vreemd genoeg ook enkele van de droogste plekjes van Europa.: het Nord-Gudbrandsdal, de zuidflank van de Dovrefjell en het Ottadal vangen dan zo weinig neerslag dat irrigatie van landbouwgebieden nodig is. De derde klimaatzone is die van de boomloze hoogvlakten, zoals de Hardangervidda, de Finnmarksvidda en delen van o.a. de Dovrefjell, de Børgefjell en de Saltfjell. Daar heerst wel degelijk een bar klimaat (toendraklimaat) met droge zomers - de kust van Finnmark uitgezonderd - waarin de temperaturen vrij hoog kunnen oplopen en winters waarin het kwik tot polaire waarden kan dalen, zeker in Finnmark. Toch zijn die lage temperaturen best te verdragen doordat er relatief weinig wind staat en het klimaat droog is. Ondraaglijk kan wel het verblijf in Finnmark in de zomermaanden worden, wanneer het binnenland geteisterd wordt door een muggenplaag. (Bron: ANWB) |
In opbouw |
(c) r.o.g.e.j.a. 2004-2009 | E info@rogeja.nl | Home |